Zoeken in Google Earth
Gebruikershandleiding




Stijlsjablonen gebruiken

Opmerking: deze functie is beschikbaar voor gebruikers van Google Earth Pro. Ga naar http://earth.google.com/intl/nl/enterprise/earth_pro.html#comparison voor meer informatie.

Vaak bevatten de gegevens die u in Google Earth importeert, meerdere eigenschappen die automatisch worden geconverteerd naar een leesbaar element in de 3D-viewer. Een vormbestand waarin de populatiegrenzen voor een bepaalde regio worden gedefinieerd, kan bijvoorbeeld een veld bevatten met het populatiecijfer voor de in de gegevens gedefinieerde grenzen. Of een CSV-bestand bevat een lijst met onroerende goederen met een veld waarin het aantal vierkante voet vloeroppervlak voor elk item in de lijst wordt weergegeven.

U kunt stijlsjablonen gebruiken wanneer u deze gegevens importeert om de velden in uw gegevens zodoende op een bruikbare manier weer te geven.

Dit bereikt u door bepaalde velden in uw geïmporteerde gegevens te associëren met of toe te wijzen aan één van de vier sjabloonweergavefuncties:

In het resterende gedeelte wordt het volgende behandeld:

Een stijlsjabloon toepassen

In dit gedeelte worden de basisstappen behandeld voor het toepassen van een stijlsjabloon op vectorgegevens die velden bevatten die u wilt weergeven in 3D-viewer. U kunt stijlsjablonen toepassen op nieuwe ingevoegde gegevens of op bestaande KML-gegevens. Daarnaast kunt u de onderstaande stappen volgen om bestaande sjablonen aan te passen.

Opmerking: vergeet niet dat de stijlsjablonen die u kunt gebruiken, afhankelijk zijn van de gegevens waarmee u werkt. Hoewel u dezelfde stijlsjablonen voor verschillende gegevens met dezelfde velden kunt gebruiken, moeten de sjablooninstellingen vaak worden aangepast om de gegevens correct weer te geven. Als uw oorspronkelijke gegevensset wordt gewijzigd met nieuwe gegevens, moet u mogelijk ook de sjabloon aanpassen voor nieuwe informatie.
  1. Kies de gegevens waarop de stijlsjabloon moet worden toegepast. Als u de gegevens voor de eerste keer importeert, klikt u op de knop Ja wanneer u wordt gevraagd of u de stijlsjaboon wilt toepassen.
  2. Als u deze gegevens al in het deelvenster Plaatsen hebt staan, klikt u met de rechtermuisknop (Ctrl + klikken op de Mac) op de bovenliggende map voor de gegevens en kiest u in het snelmenu Stijlsjabloon toepassen. (Gebruik deze methode wanneer u onlangs gemaakte stijlsjablonen wilt bewerken.)
  3. Geef in het dialoogvenster Instellingen stijlsjabloon aan of u een nieuwe sjabloon maakt of dat u een bestaande sjabloon gebruikt.
  4. Als u een bestaande stijlsjabloon voor uw gegevens heeft, wordt deze weergegeven in de lijst Compatibele sjablonen. Hier worden ook de andere stijlsjablonen weergegeven die compatibel zijn met de gegevens die u heeft geselecteerd. Als u een bestaande stijlsjabloon gebruikt, selecteert u in de lijst de gewenste sjabloon. Als u de sjabloon gewoon wilt toepassen op uw gegevens zonder dat u de sjabloon zelf wilt wijzigen, laat u het selectievakje geselecteerde sjabloon bewerken leeg. Als u de stijlsjabloon wilt inschakelen, vinkt u het selectievakje aan.
  5. Wanneer u een nieuwe sjabloon maakt of een bestaande sjabloon bewerkt, wordt het dialoogvenster Instellingen stijlsjabloon weergegeven.
  6. Kies in uw gegevens een veld dat u wilt gebruiken als naam of label voor uw gegevens. Deze naam wordt weergegeven in zowel de 3D-viewer als het deelvenster Plaatsen waarin de gegevenspunten worden weergegeven.
  7. Klik op het tabblad Kleur en wijs kleurstijlen aan een element in uw gegevens toe. Zie Kleurstijlen toewijzen voor meer informatie.
  8. Klik op het tabblad Pictogram en wijs een element in uw gegevens aan één of meer pictogrammen toe. Zie Pictogrammen aan puntgegevens toewijzen voor meer informatie.
  9. Klik op het tabblad Hoogte om een hoogtewaarde aan een gegevenselement toe te wijzen. Zie Hoogtewaarden toewijzen voor meer informatie.
  10. Klik op OK als u klaar bent met het definiëren van uw stijlen. De gedefinieerde waarden verschijnen in de 3D-viewer.

In het resterende gedeelte wordt uitgebreid besproken hoe u sjabloonwaarden toepast voor gegevens. Ten slotte kunt u de instructies in Een voorbeeld van een stijlsjabloon gebruiken om een stijlsjabloon te definiëren voor voorbeeldpunten uit een tekstbestand.

Kleurstijlen toewijzen

U kunt kleur toepassen op geselecteerde velden in uw geïmporteerde gegevens. In dit geval wordt er een kleur toegepast op een functie op basis van de geïmporteerde gegevens:

Gebruik de kleurstijl om deze elementen op een zinvolle manier te kleuren op basis van zowel het gegevenstype als de veldgegevens in de hele set. U kunt drie mechanismen gebruiken om gegevens te kleuren:

In het resterende gedeelte wordt uitgelegd hoe u deze methoden voor het toepassen van kleur gebruikt.

Eén kleur gebruiken

Als u één kleur wilt gebruiken voor alle punten of lijnen in uw geïmporteerde gegevens, selecteert u de optie Eén kleur gebruiken en klikt u op het gekleurde vierkantje naast de optie. Selecteer in de kleurkiezer een kleur of definieer zelf een kleur die u aan de gegevens wilt toewijzen.

Willekeurige kleuren gebruiken

Als u verschillende, willekeurige kleuren wilt gebruiken in Google Earth, selecteert u de optie Willekeurige kleuren gebruiken.

Opmerking: de lijn- of puntgegevens worden gekleurd op basis van de waarden die door Google Earth worden geleverd. Als u ook een pictogram voor puntgegevens levert, wordt de kleur toegevoegd aan de bestaande kleur van het pictogram.

Kleuren instellen op basis van veldwaarden

Terwijl het toepassen van kleuren op gegevenskenmerken handig is om een onderscheid te maken tussen de verschillende gegevens, kunt u door gebruik te maken van kleuren op basis van de veldwaarde, informatie over de ingestelde functie geven die u anders niet makkelijk zou kunnen weergeven. U kunt bijvoorbeeld verschillende kleuren gebruiken voor het aantal vierkante voet vloeroppervlak voor lijsten met onroerende goederen. U kunt ook een reeks kleuren gebruiken voor vormbestanden om het gemiddelde inkomen per huishouden weer te geven.

Gebruik de volgende stappen om kleurwaarden op basis van een gegevensveld weer te geven.

  1. Selecteer op het tabblad Kleur de optie Kleur voor veld instellen.
  2. Kies in de keuzelijst Kleur voor veld instellen het veld waarop u kleur wilt toepassen. Hier kunt u numerieke velden of tekstvelden in uw gegevens kiezen. Zie Veldtypen kiezen voor het toepassen van stijlen.
  3. Kies de begin- en eindkleur (optioneel) voor het toewijzen van kleuren. Standaard wordt de stijlsjabloon 'kleursegmenten' gemaakt die het kleurenspectrum van blauw naar rood doorloopt. Als u het kleurbereik wilt wijzigen, kunt u op de verschillende kleurblokken klikken en de gewenste begin- en eindkleur opgeven. Google Earth berekent automatisch het kleurbereik tussen de twee gekozen waarden.
  1. Geef bij Aantal segmenten aan hoe u de reeks veldwaarden wilt groeperen. Deze optie is alleen beschikbaar voor velden met numerieke gegevens. Het bereik voor elk segment wordt automatisch berekend, maar kan handmatig worden aangepast. Zie De waardebereiken voor numerieke gegevens aanpassen voor meer informatie. Zie Segmenten voor veldgegevens gebruiken als u wilt weten hoe segmenten zich gedragen voor reeksen met numerieke velden.
  2. Breng de gewenste wijzigingen aan.
    • Submappen: u kunt submappen maken voor elk kleursegment zodat de gegevenselementen in de lijst Plaatsen in de betreffende mappen worden gegroepeerd naar kleur. Zodoende kunt u eenvoudig kleurgroepen weergeven of verbergen door het selectievakje naast de map aan te vinken of het vinkje te verwijderen. Als u de submapoptie heeft geselecteerd, moet u een naam voor uw submap opgeven zodat de gegevens correct kunnen worden gegroepeerd in de lijst Plaatsen. Houd er rekening mee dat u maar één submap kunt definiëren voor de kleur- of pictogramweergave.
      Gegevenselementen in de betreffende mappen gegroepeerd naar kleur
    • Weergavevolgorde van kleuren: u kunt op de knop Omgekeerde volgorde klikken om de weergavevolgorde van het kleurbereik om te keren. Als u dus een kleurbereik heeft dat begint met blauw voor het eerste element en eindigt met rood voor het laatste element en u de weergavevolgorde omkeert, wordt het eerste element rood en het laatste element blauw.
    • Kleurwijzigingen voor één segment: u kunt elk kleurelement afzonderlijk aanpassen door erop te klikken en de kleur voor de betreffende waarde of kleurreeks aan te passen. Daarnaast kunt u de instellingen voor de numerieke segmenten aanpassen om de spreiding van de gegevens naar wens aan te passen. Zie Het waardebereik voor numerieke gegevens aanpassen voor meer informatie over hoe u de numerieke bereiken aanpast zodra u het aantal segmenten voor een reeks nummers heeft geselecteerd.
  3. Klik op de knop OK om uw wijzigingen toe te passen en weer te geven. - Sla de stijlsjabloon op. U kunt de sjabloon altijd bewerken om pictogram- en hoogtestijlen toe te passen of om aanvullende kleurwijzigingen aan te brengen. Gebruik hiervoor de instructies in Een stijlsjabloon toepassen.

Pictogrammen aan puntgegevens toewijzen

Naast kleur kunt u ook pictogrammen toewijzen aan velden in uw gegevens. Pictogrammen kunnen echter alleen worden toegewezen aan puntgegevens. Als u dus lijn- of vormgegevens importeert, is het stijltabblad Pictogram niet beschikbaar. U kunt op twee manieren pictogrammen aan puntgegevens toewijzen:

Pictogrammen instellen op basis van velden

In deze stappen wordt het basisproces beschreven voor het toewijzen van pictogrammen aan velden in uw gegevens. De volgende stappen beschrijven het basisproces voor het definiëren van kleurwaarden op basis van een gegevensveld.

  1. Selecteer op het tabblad Pictogram de optie Pictogram voor veld instellen.
  2. Kies in de keuzelijst Pictogram voor veld instellen het veld waaraan u pictogramlabels wilt toewijzen. Hier kunt u numerieke velden of tekstvelden in uw gegevens kiezen. Zie Veldtypen kiezen voor het toepassen van stijlen.
  3. Geef bij Aantal segmenten aan hoe u de reeks veldwaarden wilt groeperen. Deze optie is alleen beschikbaar voor velden met numerieke gegevens. Het bereik voor elk segment wordt automatisch berekend, maar kan handmatig worden aangepast. Zie De waardebereiken voor numerieke gegevens aanpassen voor meer informatie. Zie Segmenten voor veldgegevens gebruiken als u wilt weten hoe segmenten zich gedragen voor reeksen met numerieke velden.
  4. Selecteer voor elk gedefinieerd segment in de lijst een pictogram.
  5. Breng de overige gewenste wijzigingen aan.
    • Submappen: u kunt voor elk pictogramsegment een submap maken zodat de gegevenselementen in de lijst Plaatsen in de betreffende mappen worden gegroepeerd naar maplabel. Zodoende kunt u eenvoudig pictogramgroepen weergeven of verbergen door het selectievakje naast de map aan te vinken of het vinkje te verwijderen. Als u de submapoptie heeft geselecteerd, moet u een naam voor uw submap opgeven zodat de gegevens correct kunnen worden gegroepeerd in de lijst Plaatsen.
      Submappen voor elk pictogramsegment
    Opmerking: u kunt slechts één submap definiëren voor de kleur- of pictogramweergave.
    • Pictogramwijzigingen voor één segment: u kunt elk pictogramelement afzonderlijk aanpassen door erop te klikken en het pictogram voor de betreffende waarde of waardereeks aan te passen.
    • Daarnaast kunt u de instellingen voor de numerieke segmenten aanpassen om de spreiding van de gegevens naar wens aan te passen. Zie Het waardebereik voor numerieke gegevens aanpassen voor meer informatie over hoe u de numerieke bereiken aanpast zodra u het aantal segmenten voor een reeks nummers heeft geselecteerd.
  6. Klik op OK om uw wijzigingen toe te passen en weer te geven.
  7. Sla de stijlsjabloon op. U kunt de sjabloon altijd bewerken om pictogram- en hoogtestijlen toe te passen of om aanvullende kleurwijzigingen aan te brengen. Gebruik hiervoor de instructies in Een stijlsjabloon toepassen.

Hoogtewaarden toepassen

Standaard worden er aanvankelijk geen hoogtewaarden gedefinieerd op het tabblad Hoogte. Gebruik het tabblad Hoogte in het dialoogvenster Instellingen stijlsjabloon om de hoogtewaarden voor een geselecteerd veld in te stellen. Zodra de hoogtewaarden zijn geactiveerd, krijgen de punten, lijnen of vormen de hoogte die voor elk gegevenselement is gedefinieerd. Als u hoogtewaarden aan lijnen of vormen toewijst, worden de waarden die u heeft opgegeven gecombineerd met de kleuren die u heeft gedefinieerd op het tabblad Kleur.

Als u echter hoogte aan puntgegevens toewijst, komen deze punten omhoog en worden ze verbonden met de grond door middel van een gekleurde lijn van één pixel. Desgewenst kunt u stijlinstellingen gebruiken om de breedte en kleur van deze lijnen aan te passen.

In het resterende gedeelte wordt uitgelegd hoe u effectief gebruikmaakt van hoogtewaarden, waaronder:

Hoogtewaarden voor tekstvelden

De hoogtewaarden voor tekstvelden verschillen van de hoogtewaarden voor numerieke velden. Als het veld dat u wilt toewijzen, tekstgegevens bevat, worden de eerste acht unieke velden opgegeven in de eigen container of het eigen segment. Daarom is het zinvol om hoogtewaarden alleen toe te wijzen aan een veld met acht of minder unieke waarden. Zie Veldtypen kiezen voor het toepassen van stijlen voor meer informatie.

Als u hoogtewaarden wilt toewijzen aan een tekstveld, zijn de volgende instellingen beschikbaar:

Hoogtewaarden voor numerieke velden

Wanneer u hoogtewaarden aan een numeriek veld in uw gegevens toewijst, kunt u kiezen uit twee toewijzingsmethoden: doorlopend of segmenten.

Doorlopende toewijzing

Bij een doorlopende toewijzing worden de minimum- en maximumwaarden van uw geselecteerde velden gebruikt om de minimum en maximum weergavehoogte voor de hele set te bepalen. Vervolgens worden alle gegevens in de set toegewezen op een manier die het meest geschikt is voor elk afzonderlijk veld. In het voorbeeld wordt het veld Square_footage gebruikt om de hoogtewaarden toe te wijzen, met een minimumwaarde van 2000 en een maximumwaarde van 6234. Elk van de 9 elementen in de set wordt weergegeven met een iets andere hoogtewaarde voor een zo nauwkeurig mogelijke relatie tot andere punten. Deze methode is bruikbaar voor kleinere gegevenssets waarbij de afzonderlijke verschillen tussen de punten en vormen makkelijk kunnen worden gevisualiseerd.

Met de doorlopende toewijzing kunt u de schuifregelaar Schaalfactor en de optie Eenheid voor hoogte gebruiken, zoals hierboven wordt beschreven in Hoogtewaarden voor tekstvelden. Daarnaast kunt u de gewenste hoogte opgeven voor begin- en eindbereiken voor uw gegevens. U kunt huizen die beginnen op 2000 voet in de 3D-viewer, weergeven op een hoogte van 100 meter en huizen in het eindbereik op een hoogte van 5000 meter.

In de 3D-viewer wordt het visuele verschil tussen de afzonderlijke elementen bij deze methode zowel beïnvloed door het hoogtebereik dat u instelt als door het aantal elementen in de gegevens. Bij een bereik van bijvoorbeeld 100 tot 5000 meter voor een set met slechts 9 elementen, is het verschil in hoogte voor elk punt duidelijk zichtbaar.

Als u het bereik verkleint of het aantal elementen in de set vergroot, is het onderscheid minder groot.

Waarden segmenteren

Gebruik de toewijzingsmethode Segmenteren om maximaal acht hoogtegroepen voor uw gegevens te maken. De methode werkt uitstekend voor grote aantallen gegevens die niet makkelijk kunnen worden gevisualiseerd in de 3D-viewer. Als uw gegevensset bijvoorbeeld 1000 huisvestingslijsten bevat voor een klein gebied, is het verschil tussen de huizen in de verschillende hoogtecategorieën waarschijnlijk moeilijk te zien. Door de optie Segmenteren te gebruiken, kunt u overzichtelijke categorieën maken en duidelijk zichtbare verschillen in de weergave definiëren. U beschikt bijvoorbeeld over alle items tussen 2000 - 3000 vierkante voet die worden weergegeven vanaf een hoogte van 500 meter, alle items tussen 3000 - 4000 vierkante voet worden weergegeven vanaf een hoogte van 1500 meter, enzovoort. Hoewel met deze methode geen onderscheid wordt gemaakt tussen een huis met een oppervlak 3000 vierkante voet en één van 3200 vierkante voet, is de visuele weergave van de categorieën die u heeft gedefinieerd duidelijker.

Net als met kleur- en pictogramstijlen wordt voor elk segment automatisch de maximumwaarde berekend, maar u kunt deze handmatig wijzigen. Gebruik de schuifregelaar Schaalfactor en de optie Eenheid voor hoogte voor deze methode, zoals hierboven wordt beschreven in Hoogtewaarden voor tekstvelden. Wanneer u het aantal segmenten instelt en de maximumwaarde voor elk segment definieert, wordt in de wizard Stijlsjabloon het aantal items voor elk segment bijgehouden. Zie Segmenten voor veldgegevens gebruiken voor meer informatie.

Stijlinstellingen gebruiken om de puntweergave te wijzigen

De kleurwaarden die u instelt voor puntgegevens, worden toegepast op het pictogram en de hoogtelijnen die u toewijst aan punten, zoals in het bovenstaande voorbeeld voor onroerende goederen. In bepaalde gevallen is het echter moeilijk om een lijn van één pixel in de 3D-viewer te visualiseren tegen de achtergrond van de aarde.

In dat geval kunt u de stijlinstellingen voor elk punt bewerken om de dikte van de lijn te wijzigen.

  1. Klik met de rechtermuisknop (Ctrl+klikken op de Mac) op het punt dat u wilt aanpassen en kies Eigenschappen in het snelmenu.
  2. Wijzig desgewenst de weergave van het punt op het tabblad Stijl, kleur van het dialoogvenster Plaatsmarkering bewerken.
  3. Klik op OK.

Aangezien dit proces niet praktisch is voor grote aantallen gegevens, kunt u wijzigingen toepassen op volledige mappen of op submappen. Houd er rekening mee dat de stijlen die voor de afzonderlijke items zijn gedefinieerd, verloren gaan. In dit geval gebruikt u de submapfunctie in de wizard Stijlsjabloon om stilistisch vergelijkbare gegevens te groeperen in submappen. Zorg ervoor dat elke map die u maakt, soortgelijke kleur- en pictogramgegevens bevat. Pas vervolgens de hoogtewaarde toe op uw gegevens en sla de stijlsjabloon op. Later gebruikt u de bovenstaande stappen om gedeelde stijlen voor elke gemaakte submap te maken. Zolang alle gegevens in elke map dezelfde kleurwaarde en dezelfde pictogramwaarde hebben, hebben wijzigingen aan de dikte van de lijnen geen invloed op deze instellingen.

Segmenten gebruiken voor veldgegevens

Wanneer u een kleur, pictogram of hoogte toewijst aan bepaalde velden in uw gegevensset, definieert u een aantal segmenten, ook wel containers genoemd, om onderscheid te maken tussen de verschillende gegevensbereiken. In de volgende gedeelten wordt beschreven hoe verschillende veldtypen door stijlsjablonen worden geïnterpreteerd, en hoe u de verschillende waarden kunt aanpassen wanneer u numerieke gegevens toewijst.

Veldtypen kiezen voor het toepassen van stijlen

U kunt voor het toewijzen van een kleur, pictogram of hoogte, twee basistypen velden in uw gegevens kiezen:

 
Opmerking: als u een spreadsheetprogramma als Microsoft Excel gebruikt om uw gegevens te maken, moet u ervoor zorgen dat voor de celeigenschappen de waarde Getal is ingesteld en niet Tekst. Als uw CSV-bestand numerieke velden bevat die u heeft opgeslagen in een spreadsheet, maar de wizard Stijlsjabloon deze velden niet als numeriek herkent, is de opmaak mogelijk incorrect. Om te controleren of het veld is gemarkeerd als een numeriek of tekstveld, opent u het CSV-bestand in een eenvoudig tekstverwerkingsprogramma en controleert u het betreffende veld. Als het veld tussen dubbele aanhalingstekens staat, is het een tekstveld, ongeacht of er alleen cijfers tussen de aanhalingstekens staan. U kunt de aanhalingstekens handmatig verwijderen uit het bestand of het spreadsheetprogramma openen, de cellen opmaken als numeriek en het CSV-bestand opnieuw opslaan.

De waardebereiken voor numerieke gegevens aanpassen

Doorgaans wilt u de numerieke waarden aanpassen om segmenten te definiëren in bereiken die zinvol zijn voor uw gegevens. U kunt bijvoorbeeld de bereiken in het bovenstaande voorbeeld bewerken om het oppervlak van de huizen uit te drukken in hele getallen. Om dit te doen geeft u eenvoudigweg de maximumwaarde voor elk segment op. Als u dit doet, wordt het aantal elementen in de nieuwe definities bijgewerkt met uw wijzigingen.

Houd rekening met het volgende wanneer u numerieke velden aanpast:

Een voorbeeld van een stijlsjabloon

Deze zelfstudie is ontwikkeld om u vertrouwd te maken met het definiëren, bewerken en gebruiken van stijlsjablonen voor gegevens die u in Google Earth importeert. In dit voorbeeld wordt een tekstbestand gebruikt dat is opgeslagen met een CSV-indeling (Comma Separated Value, door komma's gescheiden waarden). Het bestand bevat een fictieve lijst met onroerende goederen in Detroit en omstreken. In deze zelfstudie worden de volgende onderwerpen behandeld:

Het voorbeeldbestand opslaan

  1. Gebruik het voorbeeld met lijsten met onroerende goederen voor deze zelfstudie. Klik op de link en sla het bestand op de computer op. Als u met Firefox werkt, klikt u met de rechtermuisknop (Ctrl+klikken op de Mac) op de link en kiest u Koppeling opslaan als in het snelmenu. U kunt het bestand desgewenst ook openen met een spreadsheetprogramma. Blader naar een locatie op de vaste schijf van uw computer (bijvoorbeeld Mijn documenten of Documenten) en sla het bestand op.
  2. Om verwarring te voorkomen, slaat u het bestand op met de naam MetroDetroitRE.csv en zullen we dit bestand verder in deze zelfstudie gebruiken.
 

Gebruik dit bestand voor het overige deel van deze zelfstudie als GIS-gegevensbron. Als u zich afvraagt hoe een tekstbestand met door komma's gescheiden waarden eruit ziet, opent u het bestand in eenvoudige tekstverwerker. Als u dit doet, moet u het bestand sluiten zonder de wijzigingen op te slaan.

Het bestand importeren

  1. Klik op Bestand > Importeren. Blader naar de locatie op de vaste schijf van uw computer waar u het bestand in de bovenstaande stappen heeft opgeslagen. Selecteer het bestand MetroDetroitRE.csv en klik op Openen. Klik op Ja wanneer u wordt gevraagd of u een stijlsjabloon wilt toepassen.
  2. Controleer in het dialoogvenster Opties stijlsjabloon of Nieuwe sjabloon maken is geselecteerd en klik op OK.

U kunt de stijlsjabloon nu maken en weergeven.

Een naam en kleurinstellingen voor een stijlsjabloon opgeven

In dit gedeelte geeft u een naamlabel op voor de lijsten met onroerende goederen en geeft u op basis van het veld Square_footage een kleur op voor de lijsten. Vervolgens slaat u de sjabloon op en bekijkt u uw instellingen.

  1. Zorg het tabblad Naam is geactiveerd in het dialoogvenster Opties stijlsjabloon.
  2. Klik op de zwarte pijl naast Naamveld instellen.
  3. Kies het eerste veld in de lijst, Adres.

    De tabel in de voorbeeldweergave geeft de kolom Adres weer zoals geselecteerd. U kunt ook op een kolomkop in de voorbeeldweergave van de tabel klikken om uw keuze te wijzigen. Zorg in ieder geval dat u de kolom Adres heeft geselecteerd voor het veld Naam.
  4. Klik op het tabblad Kleur. Standaard wordt hier één kleur gebruikt voor puntgegevens. De ingestelde kleur is wit.
  5. Selecteer de optie Kleur voor veld instellen.
  6. Selecteer in de keuzelijst Kleur voor veld instellen het veld Square_footage. De kolom Square_footage is in de voorbeeldweergave geselecteerd als het gekozen veld.
  7. Pas het kleurbereik naar wens aan. Stel dat u gradaties in de kleur rood wilt gebruiken, van lichtrood naar donkerrood. Klik hiervoor op het gekleurde vierkantje naast Beginkleur van het palet en kies wit in het dialoogvenster met de kleurkiezer. Omdat de eindkleur al rood is, hoeft u deze instelling niet te wijzigingen. De kleurovergang wordt bijgewerkt met uw nieuwe keuzes.
    Pas het kleurbereik naar wens aan
  8. In deze zelfstudie wordt het standaardkleurenpalet gebruikt, van blauw naar rood. Om de kleur te wijzigen, klikt u in het witte vak en kiest u eenvoudigweg een blauwe kleur in de kleurkiezer.
  9. Geef bij Aantal segmenten het getal 3 op als dit nog niet is gedaan.
  10. Vink het selectievakje submappen maken voor elk segment aan.
  11. Geef in het gedeelte Segmentatieopties voor de velden onder Maximumwaarde de volgende waarden op, van laag naar hoog:
    • 3000
    • 4000
    De waarden onder Aantal worden enigszins gewijzigd.
  12. Geef voor elk segment een logische mapnaam op. Bijvoorbeeld:
    • 2000 - 3000 vierkante voet
    • 3000 - 4000 vierkante voet
    • 4000 - 6500 vierkante voet
  13. Klik op OK onder aan het venster Instellingen stijlsjabloon.
  14. Klik in het dialoogvenster Sjabloon opslaan op de knop Opslaan. Zoals u ziet, komt de naam van het sjabloonbestand overeen met de naam van het geïmporteerde bestand.
  15. Laat de naam ongewijzigd en klik op de knop Opslaan. De 3D-viewer wordt aangepast zodat alle punten in het gegevensbestand worden weergegeven. Het getal voor het blauwe pictogram komt overeen met het aantal naast het blauwe segment. Dit geldt ook voor de andere drie segmenten (3 blauw, 2 groen, 3 rood).
  16. In de map Tijdelijke plaatsen in het venster Plaatsen vouwt u beide bovenliggende mappen uit totdat de drie submappen worden weergegeven die u in de bovenstaande stappen heeft gemaakt.

    U kunt de weergave van alle huizen in de betreffende map uitschakelen door het vinkje naast de map te verwijderen.

    U kunt tevens de volgorde van de mappen wijzigen door de map 3000 - 4000 vierkante voet naar de ruimte tussen de twee andere mappen te slepen zodat ze op volgorde worden weergegeven.

Neem de tijd om de gegevens voor elk punt te bekijken. U kunt op een item in een map dubbelklikken om in te zoomen en om de informatie in de ballon voor dat punt weer te geven. Ook kunt u op een punt in de 3D-viewer klikken om de informatie in de ballon weer te geven.

De stijlsjabloon aanpassen voor pictograminstellingen

In dit gedeelte past u de stijlsjabloon die u heeft opgeslagen, aan om pictogrammen met het aantal slaapkamers toe te passen op elke vermelding.

  1. Klik met de rechtermuisknop (Ctrl+klikken op de Mac) op de bovenste map met de naam MetroDetroitRE.csv en kies Stijlsjabloon toepassen in het snelmenu.
  2. Selecteer in het dialoogvenster Opties stijlsjabloon de optie Bestaande sjabloon gebruiken.
  3. Selecteer de sjabloon MetroDetroitRE in de lijst als deze nog niet is geselecteerd en vink het selectievakje geselecteerde sjabloon bewerken aan.
  4. Klik in het dialoogvenster Instellingen stijlsjabloon op de knop OK en klik vervolgens op het tabblad Pictogram.
  5. Kies bij Pictogramveld selecteren de optie Pictogram voor veld instellen. Kies vervolgens Slaapkamer in de lijst of klik op de kolom Slaapkamer in de voorbeeldtabel.
  6. Geef bij Aantal segmenten de waarde 4 op. Onder Aantal wordt aangegeven hoeveel huizen er zijn met het opgegeven aantal slaapkamers.
  7. Onder Pictogram kiest u naast elk segment het nummerpictogram dat overeenkomt met de maximumwaarde voor elk veld.
  8. Klik in het dialoogvenster Instellingen stijlsjabloon op de knop OK.
  9. Klik in het dialoogvenster Sjabloon opslaan op Opslaan. Als u wordt gevraagd of u de bestaande sjabloon wilt overschrijven, klikt u op Ja. Pictogrammen in de 3D-viewer worden aangepast aan uw instellingen.

Dubbele mappen verwijderen

Als u een stijlsjabloon wijzigt, worden de mappen die u heeft gemaakt met de mapopties, gedupliceerd.

Omdat u de gegevens mogelijk handmatig heeft gewijzigd in de hoofdmap (inclusief handmatig gemaakte submappen), worden uw gegevens met de wizard Stijlsjabloon niet overschreven. Er wordt een andere set mappen gemaakt, waardoor het vinkje naast de oudere mappen wordt verwijderd. U kunt ervoor kiezen om deze historische gegevens te bewaren (dit worden er telkens meer als u een sjabloon wijzigt en opslaat), maar u kunt ook met de rechtermuisknop (Ctrl+klikken op de Mac) op de mappen klikken die u niet meer wilt bewaren en in het snelmenu Verwijderen kiezen.

Hoogtewaarden toevoegen

In dit gedeelte van de zelfstudie past u de stijlsjabloon aan om hoogtewaarden te maken op basis van de prijs van het huis.

  1. Klik met de rechtermuisknop (Ctrl+klikken op de Mac) op de bovenste map MetroDetroitRE.csv en Stijlsjabloon toepassen in het snelmenu.
  2. Kies de optie Bestaande sjabloon gebruiken, selecteer de sjabloon en vink het selectievakje geselecteerde sjabloon bewerken aan.
  3. Klik in het dialoogvenster Instellingen stijlsjabloon op het tabblad Hoogte en kies de optie Hoogte voor veld instellen.
  4. Klik in de voorbeeldweergave van de tabel op de kolom Prijs om het prijsveld voor de hoogte te kiezen.
  5. Selecteer als toewijzingsmethode Doorlopend.
  6. Laat de schuifregelaar bij Schaalfactor op 1,0 en de Eenheid voor hoogte op meter staan.
  7. Naast de rij minimumwaarde vervangt u 20,4005 door de waarde 100.
  8. Naast de rij maximumwaarde vervangt u 2040,05 door de waarde 5000.
  9. Klik in het dialoogvenster Instellingen stijlsjabloon op de knop OK en sla de sjabloon op zodat de vorige versie wordt vervangen.
  10. Desgewenst kunt u de dubbele mappen uit de hoofdmap verwijderen.
  11. Kantel de weergave in de 3D-viewer om de effecten van de instellingen te bekijken.

Een legenda maken

In dit laatste gedeelte van deze zelfstudie kunt u de code voor een voorbeeld van een KMZ-bestand bekijken. Hiermee wordt een legenda voor de 3D-viewer gemaakt zodat gebruikers de betekenis van de instellingen kunnen bekijken die u heeft gedefinieerd in de stijlsjabloon. Als u op de link voor dit KMZ-bestand klikt, kunt u het openen in uw Google Earth-browser om de legenda voor de gegevens weer te geven die u daar heeft gemaakt. U kunt het bestand ook opslaan op uw computer en het openen met een eenvoudige tekstverwerker om de code weer te geven die in dit gedeelte wordt beschreven.

In het volgende diagram wordt de code weergegeven waarmee het KMZ-bestand is gemaakt. Gebruik het geopende KMZ-bestand als model om een schermoverlay voor uw gegevens te maken (bij deze tips wordt enige kennis verondersteld van hulpprogramma's als FTP, beeldbewerkingsprogramma's en HTML-editors):

De code waarmee het KMZ-bestand is gemaakt

  1. Geef de naam van de schermlegenda op tussen de tags <naam></naam>. Deze naam wordt weergegeven in het deelvenster Plaatsen. U kunt deze slepen naar de hoofdmap van de stijlsjabloon.
  2. Geef de juiste URL van het beeld op dat u gebruikt om de legenda te maken. Hier is het voorbeeldpad de indeling die u gebruikt om te verwijzen naar een beeld op de lokale computer. Gebruik bij beelden op een webserver de URL naar het beeld (niet naar de webpagina met het beeld en controleer of het beeld is geüpload naar de locatie waarnaar de URL verwijst).

Bijgewerkt op